
Op een koude nacht merk je eerst niet de luchttemperatuur op. Je merkt eerder dat je huid geen warmte meer voelt.
Een gewone verwarmingsunit verwarmt de lucht, maar zodra een deur opengaat, wordt de lucht onvoorspelbaar. Een stralingsverwarmer werkt anders: hij geeft warmte af op dezelfde manier als de zon – rechtstreeks naar mensen, meubels en oppervlakken. De vraag is natuurlijk hoe efficiënt deze energie wordt overgedragen.
Wat belangrijk is achter de schermen
Wij bouwen de kern van de verwarmingsunit rondom een koolstofvezel-element dat zich in een afgesloten kwartsbuis bevindt. Deze keuze is logisch: het element verwarmt snel en blijft stabiel, zelfs wanneer het heet wordt.
In de praktijk leidt dit design tot een conversiegraad van 99,8% van elektriciteit in effectieve infrarode straling. Je voelt de warmte al zodra de unit wordt ingeschakeld; er wordt nauwelijks energie verspild aan convectie. De warmte wordt geconcentreerd afgegeven, zodat je alleen de ruimte verwarmt die je echt gebruikt – niet de hele ruimte.
Waarom deze manier werkt
In ruimtes waar comfort onmiddellijk moet worden gerealiseerd – bijvoorbeeld buitenterrassen, werkplaatsen of ruimtes met veel wind – lost een stralingsverwarmer het echte probleem op: koude oppervlakken en warmteverlies.
Omdat de warmte zich in een rechte lijn verspreidt, komt de warmte precies daar terecht waar je zit. De omringende lucht blijft daardoor koel. Dit betekent lagere energiekosten vergeleken met het verwarmen van lege lucht, en minder wind die ervoor zorgt dat het kouder aanvoelt dan de thermometer aangeeft.
Praktische details
Stralingswarmte werkt het beste wanneer de verwarmingsunit goed zicht heeft op de personen en objecten die je wilt verwarmen. Stof, vocht en luchtbewegingen kunnen de prestaties verminderen; houd daarom het oppervlak schoon en droog.
Omdat stralingspanelen directionele warmte afgeven, is de plaatsing belangrijker dan bij luchtverwarmers. Plaats ze zodanig dat ze de zitruimte bedekken zonder obstakels.
Voor gebruik binnen moet de unit over een thermostaat en overbescherming beschikken. Buiten moet de IP-classificatie overeenkomen met de omstandigheden waarin de unit wordt gebruikt.